Overdenking

Handelingen 2 : 42-46 Zij bleven trouw aan wat de apostelen hn leerden en gingen als een grote familie met elkaar om. Zij kwamen vaak samen voor de maaltijd van de here en voor gebed. iedereen was vol ontzag voor de wonderen en tekenen die de apostelen deden. de gelovigen deelden ook alles met elkaar. Zij verkochten un huizen en andere eigendommen en het geld gaven zij aan mensen die het nodig hadden. Elke dag kwamen zij in de tempel bijeen en waren één van hart en ziel. Zij aten bij elkaar thuis, blij en onbezorgd.

Velen die dit gedeelte uit Handelingen 2 lezen zullen vast wel eens gedacht hebben; was het nog maar zo. Bij de vrouwenkring waar dit gedeelte werd behandeld was die gedachte er in elk geval wel. Dat zou wat zijn, al je bezittingen verkopen en de opbrengsten verdelen, elke dag samenkomen, de maaltijden samen gebruiken… in eenvoud en vreugde….. in harmonie. Het klinkt als de perfecte manier om “kerk” te zijn. We zouden dat misschien wel willen maar tegelijkertijd weten we ook dat dat vrijwel onmogelijk is. het zou mooi zijn als het zo zou gaan, maar het is geen praktijk….

Of is dat juist iets waar we wel vaak naar streven? Perfectie, perfect zijn? De prediking moet niet langer duren dan 15 minuten en dan moet de boodschap ook nog zo zijn dat het ons een warm gevoel geeft: perfect voor de zondag. De zang en muziek moet mooi, zuiver en niet te hard zijn. De beamer moet het goed doen en het geluid helder. Zó dat het voor ons en op de livestream perfect klinkt.

Ik kan me zo voorstellen dat de eerste gemeente gewend begon te raken aan de ‘perfecte omgang met elkaar’. Echter, er kwam vervolging en doordat de gemeente geroter werd, groeiden ook de dingen die nodig waren. Daardoor glipten er wel eens dingen door de mazen van het net, waardoor er gemopper ontstond. Het leek wel alsof er een soort van barsten kwamen in de saamhorigheid en het vreugdevol samen zijn.

Wij kennen de ‘barsten’, de dingen die ons wrevelig en ontevreden maken, indirect komen deze dingen doordat we alles perfect willen doen en perfect willen laten klinken. Maar perfectie is niet van deze wereld, perfectie hoort bij de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

Maar er is goed nieuws voo rhet hier en nu; God is niet op zoek naar de perfecte kerk, naar de perfecte “jij”. God heeft de mens op het oog die bereid is om samen met Hem te wandelen. Die mens mag struikelen, vallen, fouten maken, falen…. Wandelen met Jezus is zijn in de nabijheid van de Meester, die ons laat zien en leert wat werkelijk belangrijk is. Hoe het moet om ‘gemeente te zijn’ (in al zijn imperfectie) om samen gemeente te zijn. dat we juist dó’0r imperfectie opnieuw op God gericht zullen worden en mogen gaan zien wat Hij met de gemeente, met jou en mij voor heeft.

Wat mij het meeste raakt in dit gedeelte is vers 2. Vanaf het moment dat de taken wat beter verdeeld zouden zijn, konden de apostelen zich beter richten op datgene waarvoor ze geroepen ware. Als je je realiseert dat de gemeente niet perfect is en jij en de ander ook niet, ga je zien dat we samen één gemeente zijn, waar de één niet beter is dan de ander. Als je wandelt met de Meester zal Hij je laten zien welke taak er voor jou is in de gemeente, zodat niet een paar schouders alles dragen. Want dat kan nooit de bedoeling geweest zijn toen God de gemeente bedacht. Want ‘iets doen’ in de gemeente is niet de taak voor de perfecte mensen, want die zijn er niet. God kan iets met een imperfecte gemeente omdat die op Hem gericht is, God kan iets met jou, als je op hem gericht bent. Het is denk ik goed om de komende tijd te bidden, in je persoonlijk gebed, welke taak God voor jou heeft. Want op die manier kunnen we samen gemeente zijn.

Niet de perfecte gemeente die bezig is met de dingen ‘horizontaal’, maar de imperfecte gemeente die haar blik gericht houdt ‘verticaal’.

Linda