Overdenking

De les van de klokkenmaker

Ergens in een klein dorp woonde eens een klokkenmaker. Nou ja klokkenmáker… Hij repareerde klokken.
Hij maakte ze schoon, keek de tandwieltjes en radertjes na, al dat tere spul dat in elkaar grijpt aan de achterkant van de wijzerplaat. Soms zag je hem zitten, met zo’n klein rond vergrootglasding in zijn oog.
Dan leek het wel een juwelier. Jarenlange ervaring maakte hem geliefd. Veel klanten kwamen met een bezorgd en bedrukt gezicht bij hem. ‘Ik heb geen idee of dit nog te redden is…’ zeiden ze dan. Maar die klokkenmaker kreeg veel voor elkaar. Heel veel. Boven verwachting zelfs.
Maar de jaren van het leven tikken ook door en gaan tellen. De ogen van de klokkenmaker werden minder. Zijn handen werden minder zeker. Op een dag besloot hij, dat het genoeg was. Hij vertelde zijn vaste klanten, dat zij geen nieuwe reparaties meer van hem moesten verwachten. Het was tijd om er mee te stoppen. Hoe graag had hij zijn zaak, zijn werkplaats, zijn gereedschap en ervaring doorgegeven aan een opvolger. Maar die was er niet. Dus zat het kleine dorp op een goede – of liever: kwade dag zonder klokkenmaker. Eén goede raad gaf de man zijn dorpsgenoten nog mee: blijf de klokken opwinden, blijf de gewichten optrekken. Ook als de klok van slag is en de tijd nergens op lijkt.
In het begin deden de meeste mensen dat nog wel. Maar hoe langer het duurde, hoe minder klokken werden opgewonden. Vooral toe er mankementen kwamen. Waarom zou je een klok opwinden die tien
keer slaat als het drie uur is? Dat slaat toch nergens op? Waarom zou je elke dag de gewichten ophijsen van een klok, die helemaal niet meer slaat? Wat een geheister. Dus stonden er veel klokken stil. Ze waren van slag, ze waren hun tijd vooruit of liepen achter. Maar het meest van slag waren de mensen zelf.
Terwijl een klok opwinden of gewichten optrekken toch heus niet zoveel werk was…
Op een dag kwam er een jonge klokkenmaker in het dorp wonen. Het was een neefje van de oude klokkenmaker. De jongen had in de laatste jaren veel ervaring opgedaan met het werk. De oude klokkenmaker had hem de kneepjes van het vak geleerd en stond hem met raad en daad bij. De mensen waren natuurlijk ook blij. Veel klokken die lang niet meer hadden gelopen, kwamen in de werkplaats terecht. Wat een goede dag: het dorp had weer een klokkenmaker. Maar die goede dag werd voor veel
mensen een kwade dag. Veel klokken waren helemaal vastgelopen. Ze waren niet opgewonden, de radertjes waren stilgezet. Stof, vuil en zelfs roest deden de rest. Onherstelbaar beschadigd.
Wat is de moraal van het verhaal? Je kunt je opwinden over van alles vandaag de dag. Veel mensen doen dat ook. Ze zijn van slag. De tijd is zo anders. Al duurt een uur nog steeds zestig minuten. Als de klok op
vijf voor twaalf staat, vinden ze het nergens op slaan. Op tv en sociale media doet menigeen aan persoonlijk gewicht heffen. Maar de klok wordt vergeten. Zo ook het gezegde: wie de getijden vergeet wordt door de tijd overspoeld. Het ritme, de regelmaat die ook reinigend werkt en rust geeft. Heb je zo al eens naar de zondagmorgen gekeken? Naar de kracht van geloven, ook op afstand?
Eén dag apart. Eén dag de klok opdraaien. Eén uurtje in de week geen opwinding – maar ontspanning en rust. Dat is eigenlijk alles wat er van ons gevraagd wordt. Je kunt nu zelfs koffie drinken tijdens de
verkondiging! Ik weet het best: het valt niet altijd mee, zeker niet. Maar de goede boodschap blijft klinken als een klok. In elke tijd zijn moeilijke periodes. Je mag best van slag zijn. Maar sla niet door. Blijf
bij de tijd. Blijf aan je belijdenis vasthouden. Mijn tijden zijn in Uw hand. Dat draait ons altijd weer de goede kant op…

Timothy Alkema – overgenomen met goedkeuring van A. van Elten